De Generatie die We Dreigen te Verliezen in Suriname

Een Missie voor de Nieuwe Generatie

Vorig jaar werkte ik in een buurt die voor mij veel herinneringen oproept: Efraimzegen. Het was de wijk waar ik zelf als jongen ben opgegroeid. Samen met een groep oudere mannen waren we bezig met werkzaamheden aan een kerkgebouw. Er waren ook kinderen aanwezig. Niet omdat ze echt mee moesten helpen, maar omdat ze simpelweg niets anders te doen hadden. Ongeveer tien jonge jongens stonden erbij, terwijl wij met zeven of acht mannen aan het werk waren.

Terwijl we bezig waren, hoorde ik iets dat me diep raakte. In aanwezigheid van volwassen mannen van boven de 30, 40 en zelfs 50 jaar, stonden deze jongens elkaar uit te schelden, vies en vuil!

“Vroeger, toen ik zo oud was als zij, zou je het niet in je hoofd halen om in de buurt van ouderen te schelden. Eén verkeerd woord, en je kreeg een mep.

De generatie voor mij kende zelfs nog strengere regels: één verkeerde blik kon al een draai om je oor opleveren. En als je ouders het hoorden, kreeg je thuis nog eens extra straf. Het was soms streng, maar het leerde ons respect. Ken je die tijden nog? Nu moet je dat maar durven, je wordt overrompeld door die kleintjes en hun gevolg!”

In ieder geval werd ik heel nieuwsgierig en vroeg ik aan één van de jongens:
“Ben je niet bang om zo te schelden?”
“Nee,” zei hij, “ik ben niet bang.”
Ik vroeg hem: “Weet je dat je voor schelden naar de hel kunt gaan?”
Zijn antwoord liet me sprakeloos achter:
“Nee hoor, je gaat naar de hemel, daar mag je ook schelden.”

Dit liet me zien hoe kinderen minder respect hebben voor ouderen en steeds minder grenzen lijken te kennen. Ik geloof dat dit te maken heeft met verschillende factoren: opvoeding die verwatert, ouders die veel van huis zijn, en kinderen die te vaak aan hun lot worden overgelaten. In de afgelopen tien tot vijftien jaar heb ik veel schrijnende situaties gezien: jonge tienermoeders, kinderen die zonder begeleiding opgroeien, en zelfs gevallen van ernstige verwaarlozing.

Onlangs gebeurde er nog iets dat dit pijnlijk duidelijk maakte. Een beheerder van een kerk in Efraimzegen vroeg enkele jongens om het terrein van de kerk te verlaten. Ze waren namelijk aan het voetballen op het terein van de kerk. Er moest een dienst voorbereid worden, en het terrein moest worden geharkt. Dit terrein werd normaal gebruikt als speelplek voor de buurtkinderen, omdat er verder geen ruimte was waar zij konden spelen. Maar in plaats van respect te tonen, scholden de jongens hem uit. Toen de beheerder boos werd en één van hen vastpakte, liep de situatie volledig uit de hand. De jongens, tussen de 11 en 14 jaar, takelden de beheerder vreselijk af. Er werd zelfs assistentie geroepen van andere kwaai jonges. Hij liep ernistige klappen op, zijn telefoon en schoenen werden gestolen. De beheerder moest die dag naar het ziekenhuis (echt gebeurd!).

Dit is dezelfde buurt, dezelfde plek, waar ik tien tot vijftien jaar geleden woonde, maar met een totaal andere generatie. In mijn tijd had je wel kwaaie jongens, maar de streken die zij uithaalden, waren zeker niet in de buurt van volwassenen. De buurt had ook toen een slechte reputatie: criminelen woonden er, er waren drugsgebruikers, maar toch was er een zekere mate van sociale controle. Zelfs de “criminelen” hielden toezicht op de jongeren, moet je je dat voorstellen.
Maar ergens is het misgegaan. Vreselijk mis. Het was al niet geweldig, maar we waren wél op weg!

Mijn missie is helder: ik wil alle jongeren maar vooral deze, bereiken en inspireren. Niet alleen met mijn boeken, maar ook via mijn organisaties I Inspire 24/7 en Books by Jonathan, waarmee ik trainingen, workshops en ontwikkelingsprojecten aanbied. Ik geloof dat de talenten die God mij heeft gegeven, bedoeld zijn om het verschil te maken in deze generatie.

Ik schrijf daarom boeken die meer doen dan alleen vermaken. Mijn verhalen dragen waarden en lessen over die jongeren helpen om beter te worden, om respect te ontwikkelen, en om te dromen over een toekomst waarin zij zelf een positieve bijdrage leveren. In november lanceer ik een nieuw project waar iedereen iets aan zal hebben, een boek dat breed inzetbaar is, maar altijd met hetzelfde doel: het hart van jongeren raken.

Als wij niets doen, zal deze neerwaartse spiraal doorgaan. Maar ik kies ervoor om wél iets te doen.
Met woorden. Met verhalen. Met daden.
Omdat onze jongeren het waard zijn.

Herken je dit?
Zie je dit in je buurt, in je organisatie? Maak jij je hier ook zorgen over? Wat kunnen wij doen?